Socialiseren van de pups (tot 8-9 weken)
Na de geboorte van een nestje worden de moeder en haar pups de eerste drie weken zoveel mogelijk met rust gelaten om gezondheid, veiligheid en een goede start in het leven te garanderen.
De ENS (Early Neurological Stimulation) methode wordt toegepast tot de leeftijd van 16 dagen.De aantoonbare voordelen voor pups die aan dit systeem van stimulatie werden blootgesteld zijn: een beter hartritme, een sterkere hartslag, een grotere adrenalinestoot, hogere stresstolerantie en een grotere ziekteweerstand. Uit onderzoek blijkt dat pups die volgens deze methode geprikkeld werden actiever en nieuwsgieriger waren, maar ook beter presteerden in onderlinge competitiespelletjes. Daarnaast was het probleemoplossend vermogen van de pups beter ontwikkeld dan bij pups die zonder deze prikkelingen waren opgegroeid. ENS-pups die in een doolhof werden geplaatst, reageerden kalm en maakten weinig fouten. Pups die geen ENS-handelingen hebben gekregen, begonnen te piepen en maakten veel fouten. Door deze simpele ENS-handelingen hebben de pups dus een voorsprong om stabielere honden te worden.
https://breedingbetterdogs.com/article/early-neurological-stimulation
Vanaf de leeftijd van drie weken krijgen de pups toegang tot andere ruimtes in huis en tot de tuin. Voor hun veiligheid hebben ze in de tuin een eigen, omheinde speelruimte.
De gewenning en socialisatie gebeuren stap voor stap, met respect voor de leeftijd, het leervermogen en de behoefte aan rust van elke pup. Met andere woorden: de pups worden niet van 's morgens tot 's avonds overal mee naartoe genomen of tot van alles gedwongen.
Ze groeien op in een huiselijke omgeving, bezoeken de dierenarts, gaan mee naar het bos en maken kennis met verschillende openbare plaatsen. Er worden regelmatig korte autoritjes gemaakt, ze wennen aan het dragen van een halsband en leren wandelen aan de lijn.
Bij al deze ervaringen wordt overprikkeling zoveel mogelijk voorkomen en krijgen de pups voldoende rustmomenten tussendoor.
Socialisatie tips
Een puppy is heel nieuwsgierig en ondernemend tot de leeftijd van ongeveer 12 à 14 weken.
Gebruik die tijd om de pup van alles te laten zien waarmee hij later mogelijk in contact zal komen.
Een hond hoeft niet alles en iedereen leuk te vinden wanneer hij volwassen is. Dat heeft niets te maken met gebrekkige socialisatie, maar met zijn karakter.
Het is volkomen normaal dat een hond selectief is in de contacten die hij aangaat — daar is niets mis mee. Sterker nog: de meeste honden zijn selectief.
Socialisatie betekent niet dat een hond iedereen leuk moet vinden, maar dat hij leert omgaan met verschillende situaties op een evenwichtige manier.
Geef de puppy vooral ook de tijd om tot rust te komen en dingen te verwerken. Het is heel belangrijk om je puppy gerust stellen, te kalmeren en vertrouwen te geven.
Leer de lichaamstaal van de hond.
Leer wat kalmerende signalen zijn, bijvoorbeeld geeuwen, wegkijken,... Dit betekent dat de hond de confrontatie niet aan wil gaan en/of gerust gelaten wil worden.
Een hond die angstig is zal vaak dezelfde lichaamstaal vertonen als een agressieve hond.
- Socialiseren met kinderen
Leer vooral je kinderen om de hond op een rustige manier te benaderen. Leg uit wat het kind wel en niet mag doen.
Leer de kinderen ook om de puppy gerust te laten wanneer de puppy slaapt, eet of niet wil spelen.
Blijf altijd in de buurt en laat kinderen en honden nooit alleen.
- Socialiseren met andere honden
De andere hond moet stabiel en zelfverzekerd zijn als hij wordt voorgesteld aan de puppy.
Hij moet de pup op een rustige manier benaderen, zonder stress of agressie.
- Socialiseren met andere mensen
Laat de puppy kennismaken met mensen van andere huidskleur.
Laat de puppy mensen zien in een uniform.
Kinderen en ouderen gedragen zich anders dan volwassenen, leer de puppy dat dit OK is.
- Wandelen
Wees geduldig tijdens een wandeling.
Geef de hond de tijd om te ruiken, dit is heel belangrijk voor hem (informatie verzamelen).
Blijf elke keer ontspannen en zelfverzekerd.
- Bench/kennel
Maak de puppy gewoon aan een afgesloten ruimte.
Geef er zijn maaltijd in.
Beloon hem als hij interesse toont in de bench/kennel, zo ziet hij het als een leuke plek.
Hij moet de bench/kennel zien als een veilige plaats.
Belangrijk: Een bench is niet geschikt als permanente/langdurige huisvesting omdat dit een stimulus arme omgeving is en de bewegingsvrijheid van de hond sterk beperkt.
- Is de puppy geschrokken?
Bied de puppy steun enkel wanneer je zelf niet bang bent. Probeer bijvoorbeeld tijdens onweer of vuurwerk zo normaal mogelijk te doen.
Als je de puppy gaat troosten wanneer je zelf bang of gespannen bent leert hij ook dit gedrag aan.
Blijf ook tijdens de wandelingen ontspannen en zelfverzekerd.
Opvoedingstips – De eerste dagen met je pup
Maak je woning ‘puppy proof’
Een goede start begint met een veilige omgeving. Pas je huis tijdelijk aan, zodat je pup niet de kans krijgt om ongewenst gedrag aan te leren.
Wanneer je hond uit de puberteit is (meestal rond 1,5 jaar, maar écht volwassen pas rond 3 jaar), kun je je huis weer stap voor stap aanpassen.
Tips voor een puppy proof huis:
- Berg snoeren en kabels goed op.
- Laat geen spullen slingeren.
- Verwijder of bescherm alles wat giftig kan zijn voor honden.
- Zorg dat de pup niet bij prullenbakken of afval kan.
- Gebruik babyhekjes of speciale hondenhekjes om ruimtes af te schermen.
Rust, veiligheid en vertrouwen
Laat je pup de eerste tijd niet loslopen totdat jullie een band hebben opgebouwd en hij goed luistert naar het commando “hier”.
Zorg daarnaast voor voldoende rustmomenten. Na spelen of wandelen heeft je pup tijd nodig om te ontspannen.
Te veel prikkels of stress verlagen de weerstand en kunnen leiden tot probleemgedrag. Rust is dus net zo belangrijk als beweging!
De bench: een veilige plek
Een hondenbench is ideaal voor vervoer en als rustplek.
Leer je pup stap voor stap dat de bench een fijne, veilige plek is: geef er eten in, leg er speeltjes of snoepjes in en houd de ervaring positief.
Let op: een bench is niet geschikt voor langdurige huisvesting – het is bedoeld als rustplek, niet als verblijfplaats.
Alleen leren zijn
Begin vanaf dag één met het opbouwen van zelfstandigheid.
Laat je pup even in de kamer achter en kom snel terug.
Verleng dit rustig tot hij zonder stress even alleen kan blijven.
Zo leert hij dat alleen zijn normaal is.
Beloon goed gedrag
Beloon gewenst gedrag meteen (binnen 2–3 seconden).
Dat kan met een snoepje, maar ook met je stem of een aai.
Goede timing voorkomt verwarring en versterkt het gewenste gedrag.
Voorkom ongewenst gedrag
Geef je pup geen oude schoenen of sokken om op te kauwen – hij kan het verschil niet zien tussen oud en nieuw!
Bied duidelijk aan wat wél mag, zoals speeltjes of kauwmateriaal speciaal voor pups.
Consequent en geduldig
Wees duidelijk en consequent in de regels, maar blijf positief.
Laat je pup bijvoorbeeld even wachten voor zijn eten of bij het aanlijnen.
Zo leert hij beheersing, wat later veel rust geeft in het dagelijks leven.
Elke pup is uniek
Geen twee pups zijn hetzelfde. Elk karakter ontwikkelt zich op zijn eigen tempo.
Het opvoeden van je pup is een leerproces voor jullie beiden — vol plezier, uitdagingen en mooie momenten.
Naarmate je pup ouder wordt (vooral na 6 maanden), zal hij grenzen testen, net als een puber.
Blijf rustig, duidelijk en consequent: zo leg je de basis voor een sterke band en een fijne toekomst samen.
Het eerste jaar van een opgroeiende puppy + wandelschema
Enkele tips:
- Puppy niet te zwaar laten worden.
- Puppy niet in en uit de auto enz. laten springen.
- Puppy niet wild laten spelen met andere honden.
- Geen wilde spelletjes (balletjes, frisbee, stokken gooien).
- Puppy niet overbelasten: wandelschema respecteren.
Wandelschema
Starten rond 8 weken met maximum 10 minuten wandelen, meerdere keren per dag.
Dit mag langzaam opgevoerd worden volgens dit schema:
5 minuten per maand, d.w.z.:
- 2 maanden: 10 minuten
- 3 maanden: 15 minuten
- 4 maanden: 20 minuten
- 5 maanden: 25 minuten
- 6 maanden: 30 minuten enz.
en dat zo'n 3 à 4 keer per dag.
De beweging wordt bij voorkeur gegeven op een stabiele, gelijke ondergrond (straat, voetpad); vermijdt zachte, ongelijke ondergronden zoals zand en gladde ondergronden (zeer belastend voor de gewrichten).
Een pup heeft vooral veel rust nodig om te groeien!
Puppy bijten afleren
Waarom bijten puppy’s?
Bijten hoort bij de ontwikkeling van een jonge hond. Het is hun manier om te verkennen, te spelen en te communiceren. Toch is het belangrijk om te leren wat wél en niet mag.
De belangrijkste redenen waarom puppy’s bijten:
Verkenning
Een pup ontdekt de wereld met zijn mond. Hij wil voelen, proeven en ervaren — dat hoort bij het leerproces.
Tandjes wisselen
Tussen 3 en 6 maanden wisselt een pup zijn tanden. Dat kan pijnlijk en jeukerig zijn, waardoor hij graag ergens op wil kauwen om verlichting te krijgen.
Spelen
Bijten hoort bij het spelgedrag van jonge honden. Tijdens het spelen leren ze hoeveel kracht ze mogen gebruiken — een belangrijk onderdeel van hun sociale ontwikkeling.
Aandacht vragen
Puppy’s willen voortdurend aandacht. Soms leren ze dat bijten een manier is om die te krijgen — zelfs negatieve aandacht is voor hen nog steeds aandacht.
Angst of frustratie
Een overprikkelde of gestreste pup kan uit onzekerheid of frustratie gaan bijten. Dit is vaak een manier om spanning of ongemak kwijt te raken.
Hoe leer je bijten af?
Bijten is een vorm van communicatie. Het doel is dus niet om nooit meer te laten bijten, maar om je pup te leren hoe en wanneer dat wel of niet mag.
Dat vraagt geduld, consequentie en positieve begeleiding.
1. Gebruik een zachte speelstijl
Vermijd spelletjes waarbij je veel met je handen beweegt — dat lokt bijtgedrag uit.
Gebruik trekspeeltjes of kauwspeelgoed in plaats van je handen.
2. Zeg duidelijk “Nee” of “Auw”
Als je pup bijt, reageer direct maar rustig met een duidelijke “Nee” of “Auw”.
Je stem mag streng klinken, maar schreeuw niet. Zo leert je pup dat dit gedrag ongewenst is.
3. Onderbreek en leid af
Na je waarschuwing trek je rustig je handen weg en bied je een alternatief aan — bijvoorbeeld een kauwspeeltje.
Beloon hem enthousiast zodra hij op het speeltje kauwt. Zo leert hij welk gedrag wél gewenst is.
Tip: Loop niet weg na het zeggen van “nee”. Je pup moet leren wat gepast bijtgedrag is, niet dat alle bijtbewegingen verboden zijn.
4. Zorg voor voldoende kauwspeelgoed
Een pup die iets mag bijten, zal minder snel iets verbodens bijten.
Zorg voor kauwspeeltjes die passen bij de leeftijd en grootte van je hond.
Kies voor verschillende texturen en materialen, zodat je pup zelf kan kiezen wat prettig aanvoelt.
5. Wees consequent
Alle gezinsleden moeten dezelfde regels hanteren.
Als één persoon bijten toelaat en de ander niet, raakt de pup in de war.
Eenduidigheid zorgt voor sneller leren en meer rust.
6. Blijf geduldig
Het afleren van bijten kost tijd. Verwacht geen resultaat van de ene op de andere dag.
Blijf consequent en beloon goed gedrag. Na verloop van tijd leert je pup vanzelf wat de bedoeling is.
7. Geen fysieke straf
Gebruik nooit fysieke correctie of geschreeuw.
Dat maakt een pup bang en vergroot juist het risico op bijtgedrag uit angst of stress.
Blijf kalm en gebruik positieve training — dat werkt op lange termijn het beste.
Tot slot
Bijten is een normaal onderdeel van de puppytijd, maar met liefde, duidelijkheid en geduld leert je pup vanzelf gepast gedrag.
Zo groeit hij op tot een fijne, stabiele hond die graag met jou samenwerkt.
Puppy zindelijk maken
Een puppy van 8 weken kan maximaal 2 uur zijn plas ophouden. Een puppy van 12 weken 3-4 uur. Puppy van 7 maanden 8-12 uur. Een puppy is meestal pas volledig zindelijk op een leeftijd van 8 à 9 maanden. Puppy's plassen graag op een zachte ondergrond dus is het een goed idee op alle tapijten op te bergen tot de puppy helemaal zindelijk is.
– Zorg voor regelmaat
Zindelijkheidstraining draait om geduld en routine. Een vast dagritme is dus een must! Jouw taak bestaat erin om ongelukjes te voorkomen door je hond regelmatig uit te laten. Maak een schema en hou je aan vaste uitlaatmomenten: je pup zal zich hieraan aanpassen en zijn blaasspieren leren controleren.
– Neem je pup naar buiten
Neem je puppy na elk dutje en na elk voeder-, spel- en trainingsmoment naar buiten. Dit zijn de tijdstippen waarop de kans groot is dat hij zijn boodschap moet doen. Ben je bang dat je pup het niet tot buiten volhoudt? Pak hem dan op en zet hem buiten. Geen zorgen, je kleren blijven droog, want puppy’s houden hun behoefte automatisch op als je ze oppakt.
– Let op zijn lichaamstaal
Naarmate je je pup beter leert kennen, zal je aan zijn lichaamstaal zien wanneer hij dringend naar het toilet moet. Mogelijke signalen zijn rondjes draaien, onrustig worden, piepen, aan de grond snuffelen en heen en weer lopen. Breng je pup dan snel naar een plek waar hij mag plassen en beloon hem uitbundig wanneer hij dit doet.
– Ga na een plasje niet meteen naar huis
Anders leert je pup dat een plasje doen hetzelfde betekent als weer naar binnen moeten. Veel puppy’s houden daarom hun plas op en beseffen eenmaal binnen pas dat ze eigenlijk moeten plassen. Hoe je dit oplost? Lijn je puppy aan en neem hem naar de door jou uitgekozen toiletplek. Gebeurt er na vijf minuten nog niets? Neem hem terug mee naar binnen en probeer het een kwartier later opnieuw. Gebeurt er wel iets? Ga dan met hem spelen of wandelen als beloning. Probeer lange wandelingen waarbij je hond op ontdekking mag gaan en plaswandelingen los van elkaar te zien.
– Straf je hond niet
Een ongelukje is snel gebeurd. Geen probleem, je pup zit in een leerproces! Als je boos wordt, zal je puppy alleen maar angstig en onzeker worden en niet meer durven plassen in jouw aanwezigheid. Zie je het ongelukje gebeuren? Til je pup dan op en neem hem mee naar zijn toiletplek. Doet hij daar verder zijn behoefte, beloon hem dan uitbundig. Is het al te laat? Ruim het ongelukje dan gewoon op en negeer het verder. Je pup zal de link nu toch niet meer leggen. Blijft je hond plassen op een ongewenst voorwerp (een kussen, een mat …)? Straf hem niet, maar neem het voorwerp voorlopig weg. Zo krijgt hij de kans niet om het fout te doen en leert hij sneller hoe het wél moet.
– Ruim ongelukjes meteen op
Reinig en desinfecteer alles zo onopvallend mogelijk. Let op: gebruik geen schoonmaakmiddelen op basis van ammoniak. Deze geur lijkt te sterk op die van urine en je wilt je hond niet opnieuw stimuleren tot een ongewenst plasje. Gebruik bijvoorbeeld heet water in combinatie met azijn om de geur te neutraliseren.
Alleen thuis blijven
Begin direct met oefenen, stel het geen weken uit. Leer de puppy dat even alleen blijven heel normaal is.
Hij moet er vertrouwen in hebben dat je altijd terug komt.
Leer hem eerst zelfstandig te zijn. Laat de puppy vanaf het begin je niet overal in huis volgen.
Begin niet met oefenen op momenten dat hij vol energie zit. Kies de momenten uit dat hij moe is van het wandelen of spelen. Hij zal dan waarschijnlijk sneller rustig blijven liggen op zijn plek.
Bouw dit rustig op door bijvoorbeeld eerst enkele seconden uit de kamer te gaan zonder dat de puppy je volgt, kom daarna terug en doe zo normaal mogelijk, maak geen oogcontact met de puppy.
Neem niet uitgebreid afscheid maar doe zo normaal en rustig mogelijk. Ook bij terugkomen de hond niet uitgebreid begroeten. Geef pas aandacht als de hond helemaal kalm is.
Straf de hond nooit als hij toch is beginnen blaffen, iets kapot heeft gebeten of binnen geplast heeft. Het gedrag ontstaat vanuit spanning, angst of paniek. Angst verdwijnt niet door de hond ervoor te straffen. Laat de hond daarom niet langer alleen dan hij aankan.
Hond en kind - Veilig samen
Het is belangrijk dat kinderen leren hoe ze veilig en respectvol met een hond omgaan. Zo worden ongelukken en stress bij zowel kind als hond voorkomen.
Tips voor het kind
- Niet omhelzen of op de hond zitten/liggen
De hond kan zich opgesloten voelen en zich willen verdedigen. - Niet alle honden vinden aaien prettig
Leer kinderen respect te hebben voor de grenzen van de hond. - Niet op de hond afrennen
Rustig naderen is veiliger en prettiger voor de hond. - Niet staren
Lang oogcontact kan voor een hond een uitdaging of bedreiging zijn. - Laat de hond met rust tijdens eten of slapen
Dit zijn belangrijke rustmomenten voor de hond. - Niet in de mand, bench of kennel komen
Deze plek is van de hond; daar moet hij zich veilig terug kunnen trekken. - Aai de hond op de borst of hals, niet op de kop
Veel honden vinden aaien op de kop onaangenaam.
Waar u zelf op moet letten
- Laat kind en hond nooit alleen
Zelfs een vriendelijke pup kan onverwacht reageren. - Pas op met straffen
- Straf uw kind niet waar de hond bij is — de hond kan willen “helpen”.
- Straf de hond niet waar het kind bij is — kinderen kunnen het gedrag nadoen.
- Niet straffen bij grommen
Een grom is een waarschuwing. Bestraffing kan ertoe leiden dat de hond voortaan meteen bijt zonder te waarschuwen. - Laat jonge kinderen geen commando’s geven
Een pup kan dit niet altijd opvolgen. Ook kan het kind het idee krijgen dat de hond altijd moet gehoorzamen, wat gevaarlijke situaties kan opleveren.