Hoe herken je een goed hondentuig?
De vacht van de Shiba
De dubbele vacht van een Shiba is gemakkelijk te onderhouden en moet zoveel mogelijk met rust gelaten worden. Overmatig borstelen kan haaruitval juist stimuleren.
Een Shiba hoeft niet gewassen te worden, en de vacht mag nooit worden geknipt of geschoren — tenzij er een medische reden voor is.
Twee keer per jaar verhaart de Shiba intensief (ruiperiode), meestal gedurende 2 à 3 weken. Tijdens die periode is het aan te raden om de losse haren regelmatig te verwijderen met een geschikte borstel.
Het gebruik van een Furminator en dergelijke wordt sterk afgeraden, omdat dit type borstel onherstelbare schade kan aanrichten aan de bovenvacht.
Vaccinatie en Titeren (vaccineren op maat)
In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is jaarlijkse vaccinatie niet verplicht.
Waarom niet altijd vaccineren?
- Jaarlijkse vaccinatie kan onnodig belastend zijn voor het lichaam.
- Vaak heeft de hond al voldoende bescherming en biedt een extra vaccinatie weinig voordeel.
- Een titertest voorkomt overbodige vaccinaties en helpt je hond gezond te houden.
Volgens onderzoeken blijft de hond 7 jaar en soms zelfs levenslang beschermd na de vaccinatie.
Vaccinatie tegen rabiës (hondsdolheid) is verplicht, maar alleen wanneer je hond naar het buitenland gaat.
Titeren honden en pups
Moet ik mijn hond elk jaar vaccineren?
Titeren wordt ook wel vaccineren op maat genoemd. Want titeren laat de beschermende antistoffen zien in het bloed van je hond. Hierdoor kan beslist worden of vaccinatie nodig is of niet.
Moet ik mijn hond elk jaar vaccineren?
Als baasje wil je je hond beschermen tegen (dodelijke) infectieuze ziektes. Daarom is het verstandig om je hond te laten vaccineren, en ga je ervan uit dat je dier hierdoor beschermd is.
Helaas is dit niet altijd het geval. Het kan gebeuren dat een enting om wat voor reden niet aanslaat en je hond ondanks de enting toch nog ziek wordt van dit virus.
Ook is het zo dat wanneer een hond nog antistoffen heeft van de vorige vaccinatie , de nieuwe vaccinatie niet altijd zal bijdragen tot meer immuniteit, terwijl het lichaam wel extra en onnodig wordt belast.
Naast positieve effecten, kennen vaccinaties ook bijwerkingen. Sommige van deze bijwerkingen kunnen pas in een later stadium optreden waardoor de link met de vaccinatie niet meer gelegd wordt. Dus voldoende vaccineren om bescherming te geven maar niet ‘overvaccineren’ is de boodschap.
Daarom is titeren zo’n mooi hulpmiddel om de hond op maat te vaccineren.
Wat is titeren nu juist?
Titeren is een methode om beschermende antilichamen (antistoffen) aan te tonen in het bloed van je hond.
Een titerbepaling kan worden uitgevoerd bij ons in de praktijk met de RapidSTATUS™ TiterTest™. Er is maar een kleine hoeveelheid bloed nodig.
Hij heet niet voor niets ‘Rapid’ want binnen de 10 minuten kennen we het resultaat.
De titertest
Hiermee kunnen we bepalen of je hond antilichamen heeft tegen de drie belangrijkste infectieziekten. Dit zijn:
- CPV: parvo
- CDV: hondenziekte (distemper of ziekte van Carré)
- CAV: adenovirus dat infectieuze hepatitis kan veroorzaken
Bij een positieve uitslag hoeft er niet gevaccineerd te worden en indien je hond ouder is dan 1 jaar, is de titertest pas na 3 jaar opnieuw nodig om de antistoffen te herevalueren.
Bij 1 of meer negatieve resultaten (en als de hond gezond is) dan wordt er op maat gevaccineerd.
Titeren bij pups
Wanneer de teef antistoffen heeft, zullen de pups deze gedurende de eerste uren na de geboorte via de biest binnenkrijgen. Deze antistoffen zijn tijdelijk en noemen we ‘maternale antistoffen’. Dit ‘ tijdelijk’ is bij elke pup verschillend.
Omdat we niet weten wanneer ze verdwijnen, vaccineren de meeste dierenartsen op 6-9-12 en eventueel 15 weken leeftijd.
Zolang de maternale antistoffen nog aanwezig zijn, bestaat er een grote kans dat de vaccinatie niet aanslaat.
Meer en meer fokkers laten de pups in het nest titeren ipv standaard op 6 weken te enten.
Afhankelijk van de uitslag, zal voor iedere pup afzonderlijk bekeken worden of er al dan niet vaccinatie nodig is.
Het is mogelijk dat een puppy maar 1 x gevaccineerd wordt ipv 3 of 4x.
Meer info over titeren (vaccineren op maat):
https://www.vaccicheck.nl/wat-titeren
Lijst van dierenartsen:
https://www.vaccicheck.nl/lijst-van-vaccicheck-dierenartsen
Het eerste jaar van een opgroeiende puppy
+ wandelschema
Belangrijke tips voor een gezonde groei
Het eerste jaar is cruciaal voor de ontwikkeling van de gewrichten, spieren en conditie van je pup.
Om blessures en overbelasting te voorkomen, is het belangrijk om het tempo rustig op te bouwen.
Enkele tips:
- Houd het gewicht van je pup goed in de gaten — liever iets te slank dan te zwaar.
- Laat je pup niet springen in of uit de auto, op banken of trappen.
- Vermijd wild spel met andere honden; laat ze rustig en kort samen spelen.
- Geen intensieve spelletjes zoals ballen gooien, frisbee of stokken werpen.
- Volg altijd het wandelschema om overbelasting te voorkomen.
Wandelschema voor jonge pups
Een pup heeft nog zachte botten en gewrichten die volop in ontwikkeling zijn.
Daarom geldt: liever vaker kort wandelen dan één lange wandeling.
Start rond de leeftijd van 8 weken met maximaal 10 minuten wandelen per keer, meerdere keren per dag.
Bouw dit langzaam op met ongeveer 5 minuten extra per maand leeftijd:
| 2 maanden | 10 minuten | 3 à 4 keer
| 3 maanden | 15 minuten | 3 à 4 keer
| 4 maanden | 20 minuten | 3 à 4 keer
| 5 maanden | 25 minuten | 3 à 4 keer
| 6 maanden | 30 minuten | 3 à 4 keer
Dit schema is een richtlijn. Elke pup is anders — observeer goed of je pup nog fit en vrolijk blijft na de wandeling.
Ondergrond en veiligheid
Kies bij voorkeur voor een stabiele, egale ondergrond zoals stoep of asfalt.
Vermijd:
- Zachte, ongelijke ondergronden (zoals zand)
- Gladde vloeren (zoals tegels of laminaat)
Deze ondergronden zijn extra belastend voor jonge gewrichten.
Tot slot
Rust en regelmaat zijn de sleutel tot een gezonde, evenwichtige pup.
Castratie nadelen
Castreren = onvruchtbaar maken = het verwijderen van zaadballen (reu) of eierstokken en/of baarmoeder (teef).
Tegenwoordig wordt er door veel dierenartsen aanbevolen een hond op een heel jonge leeftijd te laten castreren/steriliseren. De bekende voordelen hiervan zijn onder andere geen kans schijnzwangerschap en baarmoederontsteking.
De hond is dan niet meer vruchtbaar, een teef wordt niet meer loops en er kunnen geen ongelukjes gebeuren, maar een castratie heeft zeker ook veel nadelen.
Een hond heeft die hormonen nodig om fysiek en mentaal te ontwikkelen en gezond te blijven, minstens tot de leeftijd van 2-3 jaar.
Nadelen (vroege) castratie
Er zijn veel gevallen bekend wanneer een gecastreerde hond (reu of teef) kort na de ingreep bang en onzeker/agressief wordt. De Shiba heeft al aanleg om angstig te zijn bij bijvoorbeeld slechte socialisatie of begeleiding, castratie kan dit gedrag erger maken.
De vacht wordt rommeliger en de hond lijkt constant in de rui te zijn. Gezonde honden maken twee keer per jaar de rui mee. Castratie verstoort dit.
Een gecastreerde hond heeft bijna altijd overgewicht, de hond heeft veel meer honger en de stofwisseling vertraagt.
Meer kans op gewrichtsproblemen zoals heupdysplasie, elleboogdysplasie, gescheurde kruisband van de knie,... Vooral bij honden die voor de puberteit gecastreerd zijn (op 6-7 maanden!). Dit kan komen omdat de sluiting van de groeischijven vertraagd wordt.
Castratie vergroot de kans op diverse soorten tumoren.
Allergische huidontsteking en enkele andere auto-immuunziekten blijken uit onderzoek vaker voor te komen bij gecastreerde reuen en teven.
Kans op incontinentie (urineverlies). Lekkende sluitspier door verzakking van de blaas bij teven. Er bestaat weer medicatie voor maar met bijwerkingen... met alle gevolgen van dien.
Castratie van de teef – De gevolgen voor gezondheid en gedrag
Normale ontwikkeling van de teef
Om de invloed van castratie beter te begrijpen, is het belangrijk meer te weten over de normale ontwikkeling van de teef. Net zoals mensen hebben honden een puberteit. Deze begint op een leeftijd van ongeveer zes tot twaalf maanden, maar er is veel variatie tussen verschillende rassen. Over het algemeen komen kleinere honden eerder in de puberteit dan grotere honden en zijn kleinere honden eerder volwassen. Tijdens de puberteit wordt de teef vruchtbaar, doordat de productie van geslachtshormonen op gang komt. Honden zijn pas volledig fysiek en mentaal volwassen als ze twee tot drie jaar oud zijn.
Normale hormoonhuishouding van de teef
- De productie van geslachtshormonen wordt aangestuurd vanuit de hypothalamus, een deel van de hersenen. De hypothalamus produceert een hormoon genaamd GnRH.
- GnRH zorgt ervoor dat de hypofyse (hormoonklier dicht bij de hersenen) de hormonen LH en FSH produceert.
- LH en FSH werken in op de eierstokken, waardoor daar eicellen gaan rijpen, wat uiteindelijk leidt tot de eisprong of ovulatie. De teef is op dat moment vruchtbaar. De periode tijdens en rond de eisprong wordt de loopsheid genoemd. De eierstokken produceren vooral tijdens de loopsheid een aantal geslachtshormonen, waaronder oestrogenen en kleine hoeveelheden testosteron. De productie van geslachtshormonen is een belangrijk signaal voor de hypothalamus om minder hormonen te gaan produceren, zodat het systeem in balans blijft. Dit signaal waardoor een hormoon zijn eigen productie remt, wordt negatieve feedback genoemd.
Normale cyclus van de teef
Teven worden ongeveer twee keer per jaar loops. De cellen die in de eierstokken achterblijven na de eisprong vormen zich om tot het gele lichaam. Het gele lichaam is een klier die het hormoon progesteron produceert.
- Als er een bevruchting plaatsvindt, zal er een placenta gevormd worden. Deze vormt de verbinding tussen de moeder en de pups. De placenta produceert ook progesteron. Dit hormoon is uiterst belangrijk om de dracht in stand te houden. Zonder progesteron zou het lichaam van de teef de pups afstoten. De teef zal na ruim twee maanden bevallen.
- Als er geen bevruchting plaatsvindt, wordt het gele lichaam afgebroken. De afbraak van het gele lichaam duurt bij de meeste zoogdieren maar een paar dagen. Bij de teef duurt dit langer dan een gemiddelde dracht, namelijk zeventig dagen! Zolang het gele lichaam bestaat, produceert het progesteron. Al die tijd lijkt het dus hormonaal alsof de teef drachtig is. Dit verklaart waarom sommige teven steeds schijndrachtig zijn. Na deze periode is de hormoonproductie gedurende vier maanden relatief laag en dan begint het verhaal opnieuw.
Positieve gezondheidseffecten van castratie
Geslachtshormonen worden in relatief kleine hoeveelheden geproduceerd in bijvoorbeeld de bijnieren en het vetweefsel, maar het grootste deel van de geslachtshormonen komt van de eierstokken. Het wegnemen van de eierstokken heeft dus een grote invloed op de hormoonhuishouding van de teef en daardoor op de gezondheid. De meest genoemde positieve gezondheidseffecten van castratie zijn een sterk verminderde kans op melkkliertumoren en baarmoederontsteking. Het wetenschappelijk bewijs hiervoor is niet overweldigend, maar de verminderde kans wordt in de praktijk bevestigd door dierenartsen en dient dus serieus genomen te worden.
Een verminderde kans op melkkliertumoren en baarmoederontsteking is theoretisch perfect te verklaren. Bij iedere loopsheid komen oestrogenen en progesteron in relatief grote hoeveelheden vrij. Oestrogenen werken in op de melkklieren, waardoor daar steeds makkelijker tumoren kunnen ontstaan. Progesteron werkt in op de wand van de baarmoeder, waardoor een infectie zich daar steeds makkelijker kan nestelen. Hoe vaker de teef loops is geweest, hoe groter de kans. Om melkkliertumoren en baarmoederontsteking te voorkomen, is het dus van belang dat castratie op jonge leeftijd gebeurt. Vooral melkkliertumoren zijn niet goed te voorkomen door castratie op latere leeftijd. De status van de teef (gecastreerd of intact) lijkt echter niet de enige risicofactor. De kans op baarmoederontsteking en melkkliertumoren verschilt sterk tussen rassen.
Negatieve gezondheidseffecten van castratie
Ren nog niet direct naar de dierenarts. Castratie heeft namelijk ook een behoorlijk aantal negatieve gezondheidseffecten.
- Urineweginfecties en incontinentie
Castratie lijkt de kans op urineweginfecties en urine-incontinentie te vergroten. Door de sterke vermindering in de hoeveelheid oestrogenen, wordt de spier die de blaas afsluit wat slapper. Daardoor kan de teef onbewust druppels urine verliezen. De kans hierop is kleiner bij kleinere hondenrassen en bij castratie na de eerste loopsheid in plaats van daarvoor.
- Overgewicht of obesitas
Na castratie vertraagt het metabolisme van de hond, waardoor er minder energie nodig is om het lichaam in stand te houden. Daarnaast vermindert de hormonale remming van de eetlust: het signaal dat een verzadigd gevoel geeft na het eten wordt zwakker. Meer dan de helft van de gecastreerde honden lijdt aan overgewicht. Dit kan verschillende negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid.
- Kanker
Zoals eerder beschreven, zorgt de productie van geslachtshormonen er middels negatieve feedback voor dat de hypothalamus en hypofyse minder hormonen gaan afgeven. Het systeem van negatieve feedback valt stil na castratie. De hersenen krijgen nooit een signaal dat er voldoende geslachtshormonen geproduceerd zijn, omdat die productie is weggevallen. Gecastreerde honden hebben hierdoor tot dertig keer meer LH in hun lichaam dan vergelijkbare intacte honden. LH werkt niet alleen in op de voortplantingsorganen, er zijn receptoren in het gehele lichaam. Een nog te testen theorie is dat de extreme concentraties LH op bepaalde plaatsen in het lichaam cellen zodanig stimuleren, dat zij zich ontwikkelen tot kankercellen. Er zijn verschillende soorten kanker die vaker voorkomen bij gecastreerde honden dan bij intacte honden:
- Osteosarcoom: botkanker.
- Hemangiosarcoom: kanker uitgaande van het bloedvatenstelsel.
- Lymfosarcoom / lymfoom: kanker van de lymfocyten (type bloedcel) en lymfoïde weefsels (lymfeknopen, milt, lever, etc.).
- Mastocytoom: mastceltumor (mastcellen zijn belangrijk bij ontstekingsreacties).
- Botontwikkeling
De veranderingen in de hormoonhuishouding die met de puberteit gepaard gaan, zorgen voor het sluiten van de groeischijven in de botten. Dit proces is pas voltooid op een leeftijd van ongeveer anderhalf tot twee jaar. Bij castratie voor die leeftijd, blijven de groeischijven langer open en groeien de botten net wat langer door. Dit beïnvloedt de verhouding van de botten ten opzichte van elkaar. Dit is niet alleen belangrijk voor het uiterlijk van de hond, maar ook voor de functionaliteit. Gecastreerde honden hebben vaker last van heupdysplasie, patella luxatie en een ruptuur van de voorste kruisband van de knie. De kans is groter wanneer zij gecastreerd zijn op jonge leeftijd, maar vooral voor de ruptuur van de knieband geldt dat het verhoogde risico ook aanwezig blijft bij latere castratie.
- Gedragseffecten van castratie
In tegenstelling tot reuen worden teven niet vaak gecastreerd vanwege hun gedrag. Bij 58% van de gecastreerde reuen was gedrag een reden voor castratie, versus slechts 11% van de gecastreerde teven. Het grotendeels wegvallen van de productie van geslachtshormonen na castratie kan invloed hebben op het gedrag van de hond. Bij teven is relatief gemakkelijk te bepalen of ongewenst gedrag beïnvloed wordt door hormonen. Als het gedrag vooral of uitsluitend voorkomt tijdens de loopsheid of in de periode daarna, dan wordt het waarschijnlijk (deels) veroorzaakt door hormonen. Grote kans dat het vermindert na castratie. Vaak kan het echter ook op andere manieren opgelost worden.
Castratie kan ook een onverwachte en/of onbedoelde invloed hebben op gedrag. Deze invloed is niet altijd positief. Er is veel te weinig onderzoek gedaan om harde conclusies te trekken, maar enkele onderzoeken die gebaseerd zijn op enquêtes wekken de indruk dat angst en agressie toenemen na castratie. Het is belangrijk om te vermelden dat het bij deze onderzoeken gaat om een ‘associatie’. Dit betekent dat er geen oorzaak en gevolg is aangetoond. Er is niets bekend over het gedrag van de gecastreerde honden voordat zij gecastreerd werden. Mogelijk waren ze toen al angstiger en agressiever dan de honden die intact bleven, wat de resultaten zou vertekenen.
Er is één onderzoek dat wel rekening houdt met het gedrag vóór de castratie. Voor dit Koreaanse onderzoek zijn veertien Duitse Herder teven toegewezen aan een castratiegroep (verwijdering van zowel de eierstokken als de baarmoeder) of een controlegroep. De teven in de eerste groep werden gecastreerd (op een leeftijd van vijf tot tien maanden) en na vijf maanden werd hun gedrag middels een gedragstest vergeleken met dat van de teven in de controlegroep. Beide groepen waren op de castratie na precies hetzelfde behandeld. Tijdens de gedragstest naderden een voor de teef onbekende persoon en onbekende hond de kennel van de teef. De reactiviteit van de gecastreerde teven bleek hoger te zijn: zij blaften en gromden meer, waren veel drukker in hun bewegingen en toonden meer tekenen van stress. De kans op een verhoogde reactiviteit lijkt hoger als de teef al een relatief hoge reactiviteit toont voor de castratie. Het is daarom af te raden om teven die wat feller zijn te laten castreren. De kans bestaat dat dit gedrag na castratie toeneemt.
- Conclusie
Naar mijn mening is het wel of niet laten castreren van een teef een lastige keuze. Er zijn behoorlijke negatieve gezondheidseffecten, maar daar staan daar serieuze positieve gezondheidseffecten tegenover. Daarbij komt dat voor de positieve effecten zo vroeg mogelijk gecastreerd dient te worden, terwijl de negatieve effecten dan des te heftiger zijn. Wat betreft het gedrag zijn eventuele negatieve effecten waarschijnlijk relatief klein.
Voorzichtigheid is wel geboden bij teven die wat feller zijn. Dit zou na castratie kunnen verergeren. Problemen rond de loopsheid en schijndracht zijn vrijwel zeker te verhelpen door castratie, maar mogelijk ook op andere manieren op te lossen. Overleg met je dierenarts om te bepalen welke effecten zwaarder wegen. Als castratie de beste optie is, bepaal dan ook in overleg met je dierenarts op welk moment je dit laat doen.
Referenties
Dit artikel is gebaseerd op tientallen wetenschappelijke referenties. Een deel van de belangrijkste (gebaseerd op opzet van de studie en grootte van de onderzoeksgroep) is hieronder genoemd. Neem eventueel contact op voor een complete lijst, of raadpleeg een van de eerste drie artikelen hieronder. Dit zijn review artikelen, die een overzicht geven van bestaande literatuur.
- Palmer, C., Corr, S., & Sandøe, P. (2012). Inconvenient desires: should we routinely neuter companion animals? Anthrozoos, 25, 153-172.
- Urfer, S.R. & Kaeberlein, M. (2019). Desexing Dogs: A Review of the Current Literature. Animals, 9, 1086.
Positieve gezondheidseffecten na castratie
- Beauvais, W., Cardwell, J.M. & Brodbelt, D.C. (2012). The effect of neutering on the risk of mammary tumours in dogs – a systematic review. Journal of Small Animal Practice, 53(6), 314-322.
- Jitpean, S., Hagman, R., Holst, B.S., Höglund, O.V., Pettersson, A. & Egenvall, A. (2012). Breed variations in the incidence of pyometra and mammary tumours in Swedish dogs. Reproduction in Domestic animals, 47, 347-350.
Negatieve gezondheidseffecten na castratie
- Gruntzig, K., Graf, R., Boo, G., Guscetti, F., Hassig, M., Axhausen, K.W., et al. (2016). Swiss Canine Cancer Registry 1955–2008: Occurrence of the Most Common Tumour Diagnoses and Influence of Age, Breed, Body Size, Sex and Neutering Status on Tumour Development. Journal of Comparative Pathology, 155, 156-170.
- Hart, B.J., Hart, L.A., Thigpen, A.P. & Willits, N.H. (2016). Neutering of German Shepherd Dogs: associated joint disorders, cancers and urinary incontinence Veterinary Medicine and Science, 2, 191-199.
- Torres de la Riva, G., Hart, B.L., Farver, T.B., Oberbauer, A.M., Messam, L.L.M., Willits, N. & Hart, L.A. (2013). Neutering dogs: Effects on joint disorders and cancers in golden retrievers. PloS One 8 (2).
- Zink, M.C., Farhoody, P., Elser, S.E., Ruffini, L.D., Gibbons, T.A. & Rieger, R.H. (2014). Evaluation of the risk and age of onset of cancer and behavioural disorders in gonadectomized Vizslas. Journal of the American Veterinary Medical Association 244(3), 309-319.
Gedragseffecten na castratie
- Kim H.H., Yeon S.C., Houpt K.A., Lee H.C., Chang H.H. & Lee J.H. (2006). Effects of ovariohysterectomy on reactivity in German Shepherd dogs The Veterinary Journal, 172, 154-159.
Een goede tip als je meer wil weten over de effecten van castratie
- Should I spay or neuter my dog? Understanding the secret life of sex hormones. Geschreven door Jane Messineo Lindquist, Director of the film ‘Puppy Culture – The critical first twelve weeks that can shape your puppy’s future’. Hierin worden veel wetenschappelijke onderzoeken en referenties aangehaald, ook over castratie bij de reu.
Credits
Dit artikel is geschreven door Pascalle Roulaux, BSc Diergeneeskunde en MSc Dierwetenschappen. Pascalle geeft via haar bedrijf Dog Knows lezingen over onder andere de effecten van castratie op het gedrag en de gezondheid van honden.
PODCAST DE NADELEN VAN CASTREREN (VAN DE REU EN DE TEEF) EN HET BELANG VAN GESLACHTSHORMONEN
Gewrichtsproblemen
Heupdysplasie = het heupgewricht dat verkeerd gevormd is. Dat geeft pijn en problemen bij het lopen.
Heupdysplasie is een deels erfelijke aandoening. Het hangt voor een heel groot deel ook af van omgevingsfactoren, zoals wat de hond eet, hoeveel en hoe het beweegt,...
Deze aandoening komt voor bij alle rassen.
Voorbeelden grote rassen: Bordeaux Dog (56%), Duitse Herdershond, Labrador Retriever, Golden Retriever, Rottweiler, Duitse Dog, Amerikaanse Staffordshire Terrier,...
Kleine rassen: Mopshond (66%), Bulldog (72%), Shih Tzu, Poedel, Pomeranian, King Charles Spaniel,...
Bij al deze rassen komt heupdysplasie vaak voor.
De Shiba is geen heupdysplasie-gevoelig ras (5%), toch is het verstandig om vooral tijdens de groei te zorgen voor gezonde en aangepaste voeding en juiste beweging. De puppy mag bijvoorbeeld niet op gladde vloeren lopen of te veel traplopen. Ook lopen op zand is heel slecht voor de gewrichten van een opgroeiende hond.
Overgewicht is slecht voor de hond zijn algemene gezondheid en dus ook voor de gewrichten.
Moest een Shiba toch last krijgen van heupdysplasie is dit goed onder controle te houden door niet te gaan sporten met de hond, de hond niet dik te laten worden en zorgen voor goede bespiering (door bijvoorbeeld vaak te wandelen en voeding te geven van goede kwaliteit).
Een studie uitgevoerd door de Orthopaedic Foundation of Animals OFA, die het grootste aantal gevallen analyseerde, vond de volgende resultaten:
https://www.ortocanis.com/en/content/incidence-hip-dysplasia-in-dogs
Patella Luxatie of losse knieschijf bij de hond
De knieschijf ofwel patella ligt normaal gesproken in een kraakbeensleuf aan het onderste gedeelte van het bovenbeen. Bij patellaluxatie schiet deze van zijn plaats (naar binnen of naar buiten). De knieschijf heeft een belangrijke functie in het mechanisme van de kniebuiging. Bij een luxatie van de knieschijf valt deze functie weg. Daardoor kan de hond niet meer goed op dit been steunen.
Naast erfelijke aanleg, kan een knieschijf los of losser komen te zitten door bijvoorbeeld:
- afwijkende stand van benen: o-benen of x-benen
- overgewicht en gebrek aan training (beweging) van de bovenbeenspieren zorgen ook voor minder spanning op de kniepees waardoor de knieschijf makkelijker uit zijn gleuf loopt.
- ziekte van cushing: door verslapping van de pezen en spieren wordt de knieschijf niet vast genoeg meer in de sleuf gehouden.
- Gradaties van patella luxatie bij de hond:
Er zijn verschillende gradaties waarin patella luxatie kan voorkomen, met graad 1 als mildste (het kan met de hand gecorrigeerd worden) en graad 4 als zwaarste.
- Graad 1: de knieschijf is bij een gestrekte poot met de hand uit de groeve te drukken. Wanneer de knieschijf losgelaten wordt, schiet deze vanzelf weer terug naar de juiste positie.
- Graad 2: de knieschijf schiet er regelmatig spontaan naast, maar is gemakkelijk terug te plaatsen. Door wat bewegingen van de hond schiet de knieschijf meestal spontaan terug.
- Graad 3: de knieschijf ligt blijvend naast de groeve, maar is met enige moeite door de dierenarts terug te plaatsen, waarna de knieschijf weer er snel weer vanzelf uitschiet.
- Graad 4: de knieschijf ligt blijvend naast de groeve en is door de dierenarts niet zonder chirurgische ingreep terug te plaatsen
GM1 bij de Shiba
GM1-gangliosidose (shiba inu-type) is een erfelijke lysosomale stapelingsziekte die honden treft. Aangetaste honden vertonen meestal symptomen van een neurologische aandoening rond de leeftijd van 5 tot 6 maanden. Honden met GM1-gangliosidose hebben onvoldoende activiteit van het enzym beta-galactosidase, dat verantwoordelijk is voor de afbraak van specifieke koolhydraten in de cellen. Als gevolg hiervan is er een opeenhoping van afbraakproducten zoals GM1 in cellen, met name cellen van de hersenen en het zenuwstelsel. Symptomen zijn onder meer verlies van gezichtsvermogen, moeite met lopen, verlies van evenwicht, hoofdtrillingen, lethargie en gewichtsverlies. Op een leeftijd van 9 tot 12 maanden zijn de aangetaste honden lethargisch, hebben troebel hoornvlies en kunnen onwillekeurige spiercontracties hebben. Honden sterven meestal als ze 15 maanden oud zijn.
Hondenvacht en warmte
Baasjes denken vaak dat honden het heel warm hebben met hun dikke lange pels en willen hun hond hiervan verlossen. Echter klopt dit niet. De hond heeft het niet te warm door de te dikke vacht. Integendeel, kort geschoren honden hebben het zelfs warmer.
Vaak wordt de vacht van de hond als een bontjas gezien, maar de hondenvacht heeft een hele andere werking, vergelijkbaar met een thermoskan.
Ga je de hond kort scheren, dan neem je de laagjes weg dus ook de isolerende luchtlaag. Hierdoor biedt de vacht geen bescherming meer tegen warmte en koude.
Het regulatiesysteem van de mens werkt helemaal anders dan dat van de hond. Als wij zouden rondlopen met de pels van onze hond zouden we het zeer warm krijgen. Als wij het warm hebben, wil ons lichaam deze warmte kwijt. De bloedvaten verwijden zich zodat het bloed warmte kan afgeven aan de koelere omgeving. Zweetklieren voeren lichaamsvocht af waarbij vocht en warmte het lichaam verlaten. Het vocht verdampt op onze huid en zorgt zo voor verkoeling. Dit systeem werkt niet bij onze honden (en andere pelsdieren). Hun zweetklieren zorgen niet voor warmteafvoer. De exocriene klieren (zorgen voor de zweetvoetjes) in de voetzolen zijn vooral bedoeld om geursporen achter te laten en zijn te klein en met te weinig om een heel hondenlijf mee af te koelen. Een hond koelt voornamelijk af door te hijgen. Wil je uw hond verkoeling bieden dan koel je het beste de oksels, liezen en de buik met wat water. De rug en het hoofd mag je niet nat maken als verkoeling. Dit werkt als een vergrootglas-effect waardoor ze het nog sneller warm krijgen en zelfs kunnen verbranden of een zonneslag krijgen.
Herken je een van de volgende symptomen? Meet dan direct zijn temperatuur op. Komt deze boven de 40,5 graden? Begin dan direct met koelen!
- Sloomheid
- Warm aanvoelen
- Overmatig kwijlen/hijgen
- Braken
- Flauwvallen
Hond afkoelen met natte handdoek: niet doen!
Een hond afkoelen met natte handdoek is een veelvoorkomende methode om voor verkoeling te zorgen. Wat veel mensen niet weten is dat dit sterk af te raden is.
De vacht van een hond kan in de hitte aanvoelen als een bontjas. Op het moment dat je deze warme bontjas gaat inwikkelen met een natte handdoek zal de warmte niet afnemen. Sterker nog, je zal de warmte alleen maar opsluiten tussen de handdoek en de vacht van je hond. Op die manier kan de warmte geen kant op en zal je hond niet afkoelen. Daarnaast warmt een natte handdoek al snel op waardoor hij snel op dezelfde temperatuur als je hond komt. Hierdoor is het koelende effect van een natte handdoek zo weg.
Je hond afkoelen met een natte handdoek is alleen mogelijk als je de handdoek als ondergrond gebruikt. Op de buik van je hond zitten zenuwen die de temperatuur van het lichaam reguleren. Door de handdoek nat te maken met koud water en hem op de grond te leggen kan je hond er met zijn buik boven op liggen. Op die manier wikkel je hem niet om de hond heen waardoor de warmte geen kant meer op kan. Let wel op dat je de handdoek constant nat blijft maken zodat hij niet opwarmt naar de temperatuur van je hond.
Je hond afkoelen met natte handdoek is dus geen goed idee. Maar wat moet je dan wel doen om je hond te koelen? Wij hebben de volgende tips voor je!
Schaduw: heb je het idee dat je hond het warm heeft in de felle zon? Leg hem dan direct in de schaduw. Als je met je hond op pad gaat op een warme dag, raden we altijd aan om eerst te kijken of er schaduwrijke plekken beschikbaar zijn. Zo houdt je je hond een stuk koeler.
Nat maken: is er water in de buurt? Maak je hond dan zo snel mogelijk nat met koel water. Richt je vooral op de buik, liezen en poten. Deze gebieden zijn het meest gevoelig voor de warmte. Zet de kraan er rustig een paar minuten op om je hond goed af te koelen.
Ventilator: mocht je een ventilator bij je hebben of in de buurt zien, richt deze dan direct op je hond. De warme lucht die van je hond afkomt wordt dan direct weggeblazen, waardoor de warmte niet zo lang tussen zijn haren blijft zitten.
IJs of koel elementen: mocht je een koelbox met ijs bij je hebben, gebruik het ijs dan. Wikkel wat ijs in een handdoek of theedoek en leg dit tegen de buik van je hond. Dit zorg direct voor verkoeling bij je hond. Let wel op, leg geen directe ijsblokken tegen de huid van je hond om pijn te voorkomen.
Binnenruimte: kijk tot slot of er een mogelijkheid is om je hond naar een koelere binnenruimte te brengen. Ergens waar airco, schaduw en water is.
Let op: het is enorm belangrijk om je hond niet te snel af te koelen. Dit kan weer leiden tot onderkoeling en andere gezondheidsproblemen. Koel je hond geleidelijk en houdt altijd de reactie van je hond in de gaten!
Ontwormen van de hond kan niet preventief
De beste manier om wormen te voorkomen bij hond en kat is de weerstand verhogen, de conditie verbeteren en zo het dier/de darm onaantrekkelijk maken voor wormen. Reguliere ontwormingsmiddelen worden vaak aangeraden terwijl er geen wormbesmetting is aangetoond. Deze ontwormingsmiddelen zijn chemisch. Honden kunnen de volgende klachten laten zien na het ontwormen (bijwerkingen worden ze ook wel genoemd); Braken, kwijlen, diarree, (plaatselijke) huidirritaties, jeuk, traagheid, opwinding, etc. In hele uitzonderlijke gevallen zou een hond in shock kunnen raken.
Juist het ontwormen van een gezonde hond leidt tot een verminderde (darm)weerstand en kan zorgen voor een wormbesmetting. Deze nieuwe wormbesmetting wordt niet voorkomen of genezen door de eerder ingezette ontworming. Die werkt alleen op de al aanwezige wormen.
Preventief ontwormen hond en kat kan niet
Veel honden en katten worden `preventief` ontwormd. Dat wil eigenlijk zeggen dat de hond of kat een middel krijgt toegediend waardoor de wormen die op dat moment in de darmen van de hond of kat leven worden gedood. Heel vaak wordt er dus volledig onnodig een chemisch middel toegediend zonder aanwijsbare reden. Preventief werkt het ontwormen ook niet want als de hond of kat later (door een verzwakte weerstand bijvoorbeeld) wormen oploopt dan helpt het eerder toegediende middel niet meer. De hond of kat moet dus wéér behandeld worden.